EN 50379
05.10.2026
Bij metingen aan verbrandingstoestellen worden conclusies getrokken op basis van de meetresultaten. Op basis van het meetrapport kan worden bepaald of onderhoud noodzakelijk is.
In België worden rookgasmetingen in het kader van de regelgeving rond keuring en onderhoud van verwarmingsinstallaties gebruikt om de verbrandingskwaliteit en veiligheid van toestellen te beoordelen. De betrouwbaarheid van deze metingen hangt rechtstreeks samen met de prestaties en nauwkeurigheid van de gebruikte meetapparatuur.
Het verbrandingstoestel kan na een periodieke inspectie worden goed- of afgekeurd. Er kan worden vastgesteld dat de verbranding veilig verloopt en geen gevaar vormt voor de omgeving. Dergelijke conclusies moeten gebaseerd zijn op betrouwbare en nauwkeurige metingen.
Gebruikers van meetinstrumenten zijn vaak geneigd de weergegeven meetwaarden volledig te vertrouwen, zelfs tot op het laatste cijfer na de komma. Maar hoe nauwkeurig is het instrument werkelijk? Maakt het gebruik van de juiste meettechnieken en reageert het voldoende snel?
EN 50379: De Europese norm voor metingen aan verbrandingstoestellen
Vroeger bepaalde elk Europees land afzonderlijk aan welke eisen de gebruikte meetinstrumenten moesten voldoen. Ook de naleving van die eisen en het toezicht daarop verschilden sterk van land tot land.
CENELEC heeft op 1 september 2005 een nieuwe Europese norm aangenomen voor metingen aan verbrandingstoestellen: EN 50379:2005. Deze norm vervangt de nationale regelgeving en specificeert uitgebreid welke meettechnieken zijn toegestaan en welke nauwkeurigheden vereist zijn. De norm is niet van toepassing op stationaire (continue) metingen, veiligheidsmetingen en -instellingen, noch op toepassingen aan boord van schepen.
Omdat meetinstrumenten voor verschillende toepassingen worden gebruikt, is de norm onderverdeeld in drie delen:
- EN 50379-1 Algemene eisen en testmethoden
- EN 50379-2 Eisen gesteld aan instrumenten voor verplichte metingen
- EN 50379-3 Eisen gesteld aan instrumenten voor niet verplichte metingen aan gasinstallaties
Op 1 maart 2005 werd de norm EN 50379 gepubliceerd. Vervolgens gold een overgangsperiode van twee jaar, zodat alle betrokken partijen de tijd kregen om zich aan de nieuwe eisen aan te passen. Gedurende deze periode bleef de bestaande regelgeving naast de nieuwe norm van kracht. Vanaf 1 maart 2007 werden de nationale regelgevingen ingetrokken en moest de EN 50379 worden toegepast. Dit had niet alleen gevolgen voor de aankoop van nieuwe meetinstrumenten. Ook meetinstrumenten die reeds in gebruik waren en niet voldeden aan de eisen van EN 50379, mochten na 1 maart 2007 niet langer worden gebruikt.
In België werd de Europese norm opgenomen in de nationale normering onder de benaming NBN EN 50379.
Hieronder vindt u een samenvatting van de specificaties waaraan de instrumenten minimaal dienen te voldoen. Vergelijk deze met de specificaties van uw meetinstrument. Als een bepaalde waarde niet in de handleiding van uw meetinstrument is gespecificeerd, mag u er niet van uitgaan dat het instrument voldoet!
Meer informatie vindt u op de website van de TÜV.
Minimale eisen volgens NBN EN 50379
| Grootheid | Meetbereik | Resolutie | Nauwkeurigheid* | Ondergrens | T90-tijd |
| CO-laag | 0 - 200 ppm | 1 ppm | ±10 ppm of 10% RDG | 10 ppm | 90 sec. |
| CO-midden | 0 - 2.000 ppm | 1 ppm | ±20 ppm of 5% RDG | 20 ppm | 90 sec. |
| CO-hoog | 0 - 20.000 ppm | 10 ppm | ±100 ppm of 10% RDG | 100 ppm | 90 sec. |
| NO | 0 - 600 ppm | 1 ppm | ±5 ppm of 5% RDG | 5 ppm | 90 sec. |
| SO2 | 0 - 500 ppm | 1 ppm | ±10 ppm of 5% RDG | 10 ppm | 180 sec. |
| O2 | 0 - 21 vol.% | 0,1 vol.% | 0,3 vol.% | 0,3 vol.% | 30 sec. |
| CO2 | 0 - 20 vol.% | 0,1 vol.% | 0,2 vol.% | 0,3 vol.% | 50 sec. |
| Tomg | 0 tot 400 °C | 1 °C | ±2 °C of 1,5% RDG | 1 °C | 50 sec. |
| Tgas | 0 tot 100 °C | 1 °C | ±1 °C | 1 °C | 70 sec. |
| Druk (trek) | -50 tot 200 Pa | 1 Pa | ±2 Pa of 5% RDG | 1 Pa | 10 sec. |
| Druk (verschil) | 0 tot 10.000 Pa | 10 Pa | ±50 Pa of 1% RDG | 100 Pa | 10 sec. |
| Rendement (verlies) | 0 tot 100% | 0,1% | - | - | - |
| CO/CO2 | 0 tot 0,01 | 0,0001 | - | - | - |
* Voor de kolom nauwkeurigheid geldt: De grootste afwijking van de twee gespecificeerde waarden is geldig.
Voorbeelden van nauwkeurigheidsberekeningen
Rekenvoorbeeld 1
- Bereik: CO-laag 0 - 200 ppm
- Meetwaarde: 20 ppm
- Nauwkeurigheid 1: 20 ppm ±10 ppm = tussen 10 en 30 ppm
- Nauwkeurigheid 2: 20 ppm ±10% RDG (meetwaarde) = 20 ppm ±2 ppm = tussen 18 en 22 ppm
De grootste afwijking geldt, dus nauwkeurigheid 1 wordt gehanteerd.
Rekenvoorbeeld 2
- Bereik: CO-laag 0 - 200 ppm
- Meetwaarde: 150 ppm
- Nauwkeurigheid 1: 150 ppm ±10 ppm = tussen 140 en 160 ppm
- Nauwkeurigheid 2: 150 ppm ±10% RDG (meetwaarde) = 150 ppm ±15 ppm = tussen 135 en 165 ppm
De grootste afwijking geldt, dus nauwkeurigheid 2 wordt gehanteerd.
De volledige norm is tegen betaling verkrijgbaar via het Bureau voor Normalisatie (NBN), Jozef II-straat 40 bus 6, 1000 Brussel. Meer informatie via tel. 02 738 01 11, [email protected] of www.nbn.be.
EN 50379-gecertificeerde rookgasanalysers van BLAUWE LIJN
Voor het meten van lage koolmonoxideniveaus, past EURO-INDEX uitsluitend sensoren toe met waterstofcompensatie (H2) met uitzondering van de Bluelyzer C1 (en voorganger Bluelyzer ST). De gebruikte meettechniek, alsook het meetbereik, de resolutie en de nauwkeurigheid van alle gassensoren liggen ruim binnen de hierboven vermelde eisen. De temperatuur- en drukverschilmeters van de BLAUWE LIJN zijn ook geheel conform de EN 50379 deel 2.
De BLAUWE LIJN Eurolyzer S1 (en zijn voorganger Eurolyzer STx) zijn de perfecte meetinstrumenten voor het afstellen en periodiek keuren van huishoudelijke CV-ketels en warmwatertoestellen. Indien gewenst kunnen deze toestellen worden uitgevoerd met een drukverschilmeter tot 150 hPa. Door de hoge nauwkeurigheid en stabiliteit, is deze druk(verschil)meter zelfs geschikt voor het afstellen van de drukverschilschakelaar op 1 Pa nauwkeurig.
De BLAUWE LIJN Multilyzer STx biedt plaats aan 6 gassensoren waarmee verschillende configuraties kunnen worden samengesteld. Standaard is dit model voorzien van een ECO-sensor voor zuurstof en een waterstofgecompenseerde CO-sensor. Daarnaast kan een keuze worden gemaakt uit sensoren voor CO tot 20.000 ppm, NO, NO2 en SO2. Indien gewenst kan dit instrument worden gecombineerd met de BLAUWE LIJN Maxisystem ST peltierkoeler en een verwarmde rookgassonde en -slang voor nauwkeurige NOx-metingen.
Er zijn diverse modulaire meetmodules van CAPBs die EN 50379 deel 2 gecertificeerd zijn, waaronder meetmodules voor meting van drukverschil en temperatuur.
Hieronder kunt u de afzonderlijke EN 50379 certificaten van verschillende BLAUWE LIJN meetinstrumenten downloaden:
EN 50379 certificaat Bluelyzer C1 rookgasmeter
EN 50379 certificaat Eurolyzer S1 rookgasmeter
EN 50379 certificaat Multilyzer STx rookgasmeter
EN 50379 certificaat S2600-serie drukmeters
EN 50379 certificaat S4600 ST-serie drukmeters
EN 50379 certificaat S2600-12K(D) temperatuurmeter
